header-schaer-website-v6.jpg


Registratie Corona



 

Schaerweijde Interview -23- David Colnot

Alg = algemeen  |  11-11-2020

In deze serie interviews laten we vrijwilligers van Schaerweijde zien. Vrijwilligers met een rood-zwart hart die vaak tientallen uren besteden aan activiteiten in de club waar we met elkaar voordeel van hebben. Brede schouders dragen Schaerweijde, het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Of het nou bardienst, materiaalcommissie, bestuurslid of jeugdtrainer is; de club, dat zijn wij. 


Een vader die het fascinerend vindt wat teamsport met kinderen kan doen. Die met zijn dochter is meegegroeid met haar hockeyteam en al jaren vanuit de dug out een coachende rol vervult. Die uit onzekerheid over zijn fluitbeurten zich had opgegeven voor een informatieavond van de SSC en komend voorjaar zijn opleiding tot CS+ scheidsrechter afrondt. We praten deze week met David Colnot.


Hoe ben jij met Schaerweijde in aanraking gekomen?
Dat is in 2012 geweest. Onze middelste, Maxime, is bij de F-jes gestart. Ik denk omdat een paar vriendjes dat ook gingen doen. Het klikte gelijk goed, hij vond hockeyen direct leuk. Valérie, de jongste, is twee jaar later ook begonnen met hockey. Onze oudste dochter Amélie zat op paardrijden en we vonden het belangrijk dat zij vooral haar ding bleef doen. Maar Amélie wilde na een paar jaar ook heel graag en is bij de G-hockey gaan spelen. Alle drie hebben ze het erg naar hun zin bij Schaerweijde.

Heb je zelf vroeger gehockeyd?
Nee, ik heb vroeger getennist en ben met judo begonnen. Daarna jiu jitsu en uiteindelijk heb ik heel lang karate gedaan. Ik vond dat erg leuk en het hielp ook dat ik een ontzettende goede leraar had. Echt een voorbeeld en dat stimuleert om door te gaan. Karate is heel goed voor je zelfvertrouwen, je leert voor jezelf opkomen en het vraagt om een enorme zelfbeheersing. Karate doe ik niet meer en sinds een paar jaar ben ik een redelijke fanatieke mountainbiker. Een tijdje geleden had ik mijn schouder uit de kom en ben ik een jaar uit de running geweest. Maar dat heeft me niet weerhouden om het weer op te pakken. Inmiddels doe ik het dus wel wat gecontroleerder… het gaat niet meer om de snelheid hè.

Maar het zijn wel allemaal solosporten, een teamsport heb ik nooit gedaan. Maxime heeft beide gedaan. Tot zijn 12e heeft hij op hoog niveau geturnd en deed hij ook mee met de districtskampioenschappen. Maar turnen is wel heel erg individueel en de ouders zijn heel erg met hun kind bezig. Een groot verschil met hockey waarbij je echt onderdeel van een team bent. Maxime heeft op een gegeven moment moeten kiezen en heel bewust gekozen voor hockey. Het is fascinerend om te zien wat een teamsport met je kinderen kan doen. Het is heel erg leuk om die groepsdynamiek te zien en mee te maken langs de lijn. Als er iets te vieren valt en ook als het minder gaat, je doet het met elkaar.

Wanneer ben je gaan coachen?
Eigenlijk toen Maxime ging hockeyen bij de F-jes en daarna bij Valérie. Niet ieder jaar maar met tussenpozen. Ik vind het leuk om naar de kinderen en de wedstrijden te kijken maar het is nog veel leuker om de wedstrijd wat actiever mee te maken, ofwel als coach ofwel als scheidsrechter. Ik merkte dat ik graag wat wilde doen ondanks dat ik geen hockeyverleden heb. De club draait voor een groot deel om vrijwilligers, daarmee maak je het verschil. Ik zou er persoonlijk niet zo gelukkig van worden als ik mijn kind wegbreng en verder niks doe.

Wat vind je dochter er eigenlijk van dat je haar coacht?
Valérie vindt het leuk, ze is ook trots. We praten ook na de wedstrijd met elkaar over hockey, het houdt ze bezig. En dan is het leuk dat je zelf daar ook een bijdrage aan hebt kunnen leveren. Dit zal per kind vast verschillen want niet alle kinderen vinden het leuk als hun ouders coachen. Maar de mijne gelukkig wel.

Hoe gaat de wisselwerking tussen coaches en (jeugd)trainers?
Dat gaat eigenlijk altijd wel goed. Je probeert op vrijdag zoveel mogelijk af te spreken waar de accenten op de training hebben gelegen en dit te vertalen naar de wedstrijd. En andersom, ook al schiet het er soms weleens bij in. Maar de spelers weten zelf ook wel heel goed wat ze getraind hebben. Valérie heeft nu een jeugdtrainer uit de A of de B en dat spreekt tot de verbeelding, dat vinden die meisjes hartstikke leuk en het gaat heel goed.
Maxime is nu al een tijdje zelf trainer en coacht nu een D-team. Hij wordt bijgestaan door een ouder en dat is best een leuke constructie, de jongens luisteren inmiddels goed naar hem. Ook dat doet Schaerweijde serieus.


Doe je het coachen alleen of vorm je een duo?
Het coachen heb ik nooit alleen gedaan maar altijd met een andere ouder met (hockey)ervaring of die al coach is geweest. Dat doet Schaerweijde goed, je wordt niet aan je lot overgelaten. Aan het begin van het seizoen is er altijd een informatieavond voor coaches en managers die heb ik steeds als zeer nuttig ervaren. Je krijgt daar tips over wat er vaak op het veld speelt, hoe je op een verantwoorde manier coacht en hoe je bepaalde dingen moet aanpakken. Bijvoorbeeld dat je twee boodschappen mee moet geven en niet alles aan de kaak moet stellen. Dat is voor mij heel prettig geweest en heeft mij steun en comfort gegeven waardoor ik de coachrol aandurfde en me niet gehinderd voelde door een gebrek aan (hockey)kennis. Want ik krijg nog weleens zo’n blik "dan heb jij er geen verstand van”. 

De Tafeltjesavonden (Redactie: 2x per jaar gesprekje tussen coach/manager en LC/TC) vind ik ook wel prettig en er wordt naar je geluisterd. Je kunt je ideeën spiegelen en dat vind ik veel waard.
Met het coachen leun ik wel een beetje op de andere coach. Ik heb niet altijd het gevoel dat ik de tactiek goed begrijp, ik kijk er toch anders naar. De huidige coach doet de opstelling en gaat over het spel zelf, ik regel de wissels en ben meer van het moreel en de rust. Je hoeft dus echt niet een briljante hockeyer geweest te zijn om leuk te kunnen coachen of fluiten.
Bovendien is het heel prettig om het coachen met z’n tweeën te doen. Dan hoef je ook niet iedere zaterdag aanwezig te zijn. Dat lukt me ook niet omdat ik soms weekenddienst heb of een wedstrijd moet fluiten.

Want coachen is niet het enige wat je op het veld doet. Je fluit ook regelmatig en bent in opleiding voor CS+ scheidsrechter. En dat zonder hockeyervaring!
Ja, dat is zo. Fluiten deed ik nadat ik mijn scheidsrechterskaart gehaald had. Maar omdat er steeds veel tijd tussen zat, merkte ik dat ik het steeds moeilijker vond als ik weer een fluitbeurt had. Ik werd daar zenuwachtig van, las alle regels nog even door voor de wedstrijd maar voelde me niet comfortabel. Na zo’n wedstrijd was ik toch ontevreden over het verloop en soms ging het me ook te snel. Ik heb hulp gevraagd omdat ik graag een keer wilde fluiten met een clubscheidsrechter. Toen ben ik op een introductieavond voor de opleiding tot CS+ Scheidsrechter geweest. Ik kreeg gelijk een mooi geel shirt. Dat was eigenlijk niet de bedoeling maar ik ben toch maar gebleven. Gelukkig maar want ik heb er zoveel aan gehad.

Het is wel heel grappig dat ik nu dus best op een hoog niveau fluit. Dat is wel geleidelijk gegaan, je begint met de D1 en D2 en dan schuif je langzaam naar boven. En je fluit altijd met een CS+ speler die al ‘klaar’ is en ervaring heeft. Het spel op wat hoger niveau is veel netter omdat er minder overtredingen zijn en daardoor fluit het wat makkelijker. Het publiek is lang niet altijd makkelijk maar ook daar leer je mee omgaan. En ook dit doet Schaerweijde gewoon professioneel.
Tijdens de opleiding leer je niet alleen de regels maar ook veel over je houding en het beter kunnen controleren van de wedstrijd. Je kunt een wedstrijd echt op een positieve manier beïnvloeden door passend te corrigeren in allerlei gradaties.

Als ik bij Amélie moet fluiten, fluit ik weer heel anders. Daar moet je goed naar de karakters van de G-hockeyers kijken. In die teams kan ook een heel groot verschil in sterkte zitten en daar moet je een beetje oog voor hebben. Soms is de frustratiegrens ook laag en daar kun je dan rekening mee houden. Erg leuk om te doen.
Door Corona loopt de opleiding nu wat uit en ik hoop deze in het voorjaar af te kunnen ronden. Het fluiten is een van de leukste dingen die ik heb gedaan bij Schaerweijde, daar word ik echt vrolijk van. Hoe vaker je het doet, hoe leuker het wordt. Door de combinatie van ‘tweede’ coach en scheidsrechter en drie hockeyende kinderen ben ik de hele zaterdag zo’n beetje op de club te vinden. Ik heb daar echt plezier in.

Hoe zie jij Schaerweijde?
Ik vind het een mooie vereniging. Als je toch ziet, de afgelopen weken met alle Coronamaatregelen, zoveel mensen die helpen. Bij de ingang van het terrein, aan de rand van de velden. Ik vind dat heel bijzonder om te zien en ik voel me daar onderdeel van. Als je nooit gehockeyd hebt, wil dat niet zeggen dat je niets kunt doen. Ik vind dat echt een gemiste kans.


Nieuwsafbeelding

Reacties

Daniëlle Adelaar
Mooi interview, Leuk David, dat je nog steeds actief en positief op en over de club bent

Reageer op het nieuws