header-schaer-website-v6.jpg
 

Schaerweijde I N T E R V I E W -3-

Alg = algemeen  |  12-3-2020

In deze serie interviews laten we vrijwilligers van Schaerweijde zien. Vrijwilligers met een rood-zwart hart die vaak tientallen uren besteden aan activiteiten in de club waar we met elkaar voordeel van hebben. Een vereniging als Schaerweijde drijft op vrijwilligers, het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Of het nou bardienst, materiaalcommissie, bestuurslid of jeugdtrainer is; de club, dat zijn wij. 


I N T E R V I E W  met  Joyce Saris 



Vrijwilliger sinds: 2017


Hoofdtrainster E8-tallen, Topsport-commissie 


Aantal uren per week: 10

 


Waarom ben je zo betrokken bij Schaerweijde?
Ik vind dat het zo hoort. Als je ergens lid van bent, doe je ook mee. En als ouders doe je dat voor je kinderen. Zogezegd is het iets van huis uit. Tegelijkertijd, minstens zo belangrijk, het is zo verschrikkelijk leuk. Je krijgt er zoveel voor terug, het is leuk om te doen, je leert ervan en het is leuk om gewaardeerd te worden. 

Ik ben opgegroeid in Hendrik Ido Ambacht en daar heb ik op de plaatselijke hockeyclub het clubgevoel ontdekt. Daar heb ik geleerd hoe belangrijk dat is. Een plek waar je ‘alles’ doet, ontdekt, meemaakt; sportief maar ook sociaal. Een gemeenschap.

In mijn geval noem ik het een familieclub. Maar wel een met ambitie, het gaat wel ergens over. Noem het een fanatieke familieclub, waarbij je fanatiek wel moet relativeren, maar waar het er in ieder geval om gaat dat iedereen op zijn niveau beter moet willen worden. Die ‘touch’ maakt het verschil tussen een gezapige borrelvereniging en een familieclub waarbij ook leren en ontwikkelen hoort. 


Wat doe je als hoofdtrainer E-achttallen?

‘Dat is verschrikkelijk leuk’, zegt Joyce met sprankelende ogen. Je bent bezig met enorm veel hele kleine verbeteringen bij jonge kinderen. Samen met Nikie en Laurens werken we met meer dan 60 meisjes die elke training en elke wedstrijd de mogelijkheid krijgen iets te leren. Tegelijk zijn daar de jeugdtrainers; aan hen leren we hoe ze met groepen om moeten gaan, iets dat op hún leeftijd ook interessant is om te leren. We maken betere mensjes. Het mes snijdt dus een meerdere kanten.


Heb je lol van het vrijwilligerswerk?

Enorm!! Maar je moet bedenken, het zijn hele kleine winstmomenten. Een speelster die ik bewust maak van een ‘hupje’ in haar slag, die het afleert en daardoor stukken beter slaat en daar heel erg blij van wordt. Dáár word ik enthousiast van. Dat is leuk!

En ik kan blij worden van opeens spontaan hulp krijgen. Ik ben ook betrokken bij tophockey en we willen een soort focustrainingen gaan houden waarbij oud internationals komen trainen en leren voor de jeugd. Als je dan spontaan hulp krijgt van hoofdcoach Suzan Veen, die dat hoort en haar netwerk inzet, ja, dat zijn goede momenten. 


En wanneer is het minder leuk?

Als kinderen niet willen, maar bijvoorbeeld moeten van hun ouders. Of als ouders er als een soort consument inzitten ‘ik betaal dus ik heb recht op jouw werk als vrijwilliger’. Dat soort dingen zijn niet leuk, we zijn geen BSO!. Gelukkig komt dat niet veel voor.

Kijk, ik krijg minder zin als een iemand geen zin heeft. Ik zeg altijd ‘kunnen kun je verbeteren, maar willen moet je willen’. Iemand die wil, al is hij of zij nog zo beperkt, die kan op mij rekenen. Daar leg ik het 100 keer uit en doe het 80 keer voor. En met mij alle andere trainers bij Schaerweijde. Willen is kunnen!


Je doet én werk voor de breedte, én voor de top. Hoe zie je dat?

In mijn visie versterken die twee elkaar. Het is geen of/of maar én/én. Als breedte en top verbonden zijn is het een vliegwiel. Wat bij Schaerweijde is neergezet aan materiaal dat we kunnen gebruiken, aan apparaat met profs en vrijwilligers, dat is én voor de top én voor de breedte. Dat is er op heel veel clubs niet, dat moeten we niet vergeten. Er staat in feite een professionele hockeyschool in de Kuil. 

Maar ik kan begrijpen dat die noodzakelijke verbinding er niet altijd is, of is geweest. En dan gaat de aandacht uit naar één van beiden. Dat polariseert, dat werkt niet. Dan wordt de club kleiner in plaats van groter. En dat bedoel ik niet letterlijk in termen van omvang maar in termen van saamhorigheid, energie, elkaar helpen, aandacht voor talenten op alle niveaus. Het wordt aantrekkelijker en daarmee ook interessanter voor de omgeving, voor sponsoren, voor het benutten van het terrein voor bedrijven, etc etc. Een positief vliegwiel. 
Ik heb de indruk dat we de achterstand die was ontstaan aan het inlopen zijn. Dat we benutten wat er is en dat wat we geleerd hebben van het ontwikkelen van de eerstelijnsopleidingen ook van toepassing is op de breedteteams. Ik heb het gevoel dat we weer meer samen zijn in plaats van met de ruggen naar elkaar kijken.


Heb je eer van je werk?
Ja, dat "fanatieke familiegevoel” van mij, dat is mijn eer. Fanatiek betekent dat je eruit haalt wat erin zit. Dat je uitgedaagd wordt, gestimuleerd, én geholpen. Díe ambitie bepaalt iedereen dus zelf, maar de mogelijkheden zijn er. Dat kunnen organiseren, samen met alle andere vrijwilligers, dat is eer. En verschrikkelijk leuk om te doen. Ik zou stoppen als we afbreken wat er is opgebouwd. Beter is, om dat wat er is, breed toe te passen. Samen kunnen we dat. Wij zijn Schaerweijde. 

 

Nieuwsafbeelding

Reacties

Er zijn nog geen reacties, plaats uw reactie hieronder

Reageer op het nieuws